Thuiscompostering

 

Composteren kun je leren

 

 

Hoe begin ik eraan?

 

Afhankelijk van de grootte van je tuin, kies je een systeem van thuiscomposteren. (zie ook misverstand 2, “Mijn tuin is te klein”)

 

Zoek voor je compostproject in je tuin een plekje met een onverharde ondergrond, dat enkele uren (ochtend)zon krijgt.

Plaats het compostvat op een zevental betonnen trottoirtegels waartussen je enkele centimeters ruimte laat. Leg onderaan op de bodemplaat van het vat een dikke laag luchtig materiaal: houtsnippers, fijne takjes, houterige stengels van vaste planten, dennennaalden, …

 

Nu kun je beginnen met de verwerking van je tuin- en keukenresten. Enkele vuistregels:

 

-       Zorg voor een goede afwisseling van 'bruin' en 'groen' materiaal: groen materiaal heeft weinig structuur, maar een hoog vochtgehalte (vb. gras en groenteresten); bruin materiaal is droog en stug, maar zorgt voor structuur (vb. stro, houtsnippers).

 

-       Vermijd grote hoeveelheden van eenzelfde materiaal. Snij grof materiaal (vb. koolstronken, preibladeren, volledige uien en uitgeperste, halve sinaasappels) in kleinere stukken.

 

-       Gebruik wekelijks de beluchtingsstok in het compostvat. Prik hem op een vijftal plaatsen in het composterend materiaal, draai een kwartslag en trek hem weer naar boven. Zo maak je schouwen waardoor de lucht bij de zuurstofminnende compostorganismen komt.

 

-       Zorg voor voldoende vocht en zuurstof, maar laat het composterend materiaal niet te nat worden.

Je kan het vochtgehalte heel makkelijk controleren: neem een handvol halfverteerde compost en pers het samen in je hand. Kan je er helemaal geen vocht uitknijpen dan is het materiaal te droog. In dat geval moet je de compost bevochtigen. Kruipt de compost tijdens het samendrukken als een platte brij tussen je vingers, dan is het materiaal veel te vochtig. Je kan dan best wat structuurmateriaal toevoegen. Zie je wat vocht tussen je vingers verschijnen maar behoudt de compost nadien zijn luchtige structuur, dan is de vochtigheid optimaal.

 

Als het vat bijna vol is, moet je het ‘omzetten’. Verwijder de romp van het vat en leg het deel van de compost waarin nog veel wormen actief zijn, opzij met een riek. Verteerde compost kun je meteen gebruiken. Het resterende materiaal meng je grondig dooreen en breng je opnieuw in het vat. Vergeet niet eerst opnieuw een laag luchtig materiaal op de bodem te leggen!  

 

Wat mag in het compostvat, wat niet?  

 

WEL in het compostvat:

 

-    Keukenresten:

 

        aardappelschillen, groenteafval, schillen van citrusvruchten, fruitresten, notendoppen, keukenpapier, koffiedik en filterzakje, verwelkte snijbloemen.  

-   Tuinafval:

 

              haagscheersel, versnipperd snoeihout, gras,  plantenresten uit moestuin, onkruid, hooi en stro, herfstbladeren, dennennaalden, kleine hoeveelheden zagemeel en houtkrullen.

 

NIET in het compostvat:

 

Gekookt voedsel, brood, vet, saus en olie, vlees- en visresten, kattenbakvulling, beenderen en dierlijk afval, uitwerpselen van honden en katten, timmerhout, wegwerpluiers, stof uit de stofzuigerzak, as uit de kachel, aarde en zand, kunststof, metaal en blik.

 

Wanneer heb je compost?

In een compostvat kun je na zes tot negen maanden, dus vanaf de tweede omzetting, verteerde compost oogsten. Het proces versnelt door de compost regelmatig om te zetten.

 

 

Wanneer en hoe roep ik de hulp van de compostmeester in?

 

In heel Vlaanderen zijn 3000 compostmeesters actief. Het zijn getrainde en gemotiveerde vrijwilligers, die op gemeentelijk niveau werken. Een compostmeester is geen ambtenaar of politieman. Het is bij wijze van spreken je buurman, die zijn ervaring en kennis over thuiscomposteren wil delen.

 

Een compostmeester organiseert ook lessen in scholen, informeert bezoekers op demonstratieplaatsen of op beurzen. Hij komt ook bij jou thuis een kijkje nemen, om je op weg te helpen of om je tips te geven als je compostproject niet goed draait. Meestal keert hij de inhoud van het compostvat om, zodat hij kan zien wat er hapert aan de werking van het vat. Hij kan je ook tonen hoe je het vat een tot twee keer per jaar zelf omzet.

 

Je vindt de contactinformatie van de compostmeester in jouw gemeente in de gemeentelijke krantjes of op de website van je gemeente. Je kunt de compostmeester ook opzoeken op de demonstratieplaats. De openingsuren kan je bij de gemeenten opvragen of vind je in de gemeentelijke informatiebronnen.