Verbranding met energierecuperatie


Historiek

1969:

de provincie wordt geconfronteerd met een stortproblematiek: enerzijds is er een toename aan geproduceerd huisvuil en anderzijds wordt het quasi onmogelijk om stortplaatsen te vinden. De WITAB (Westvlaamse Intercommunale voor Technisch Advies en Bijstand) maakt een studie en bereidt de oprichting voor van een aantal intercommunales met elk een huisvuilverbrandingsinstallatie.

1974:

op 4 november wordt de IVOO opgericht.

1978:
start van de bouwwerken van de huisvuilverbrandingsinstallatie.

1979:

er wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de WVEM (= de toenmalige verdeler van elektriciteit) voor de recuperatie van energie onder de vorm van elektriciteit. Dit leidt tot een vervanging van koeltorens door stoomketels en het uitbreiden van de installatie met een turbine-alternatorgroep.

1981:

opstart van de installatie. In totaal is 12,5 miljoen EUR (werkelijk uitgegeven bedragen rond 1980) geïnvesteerd; de rijkssubsidie beliep 60 %, die van de provincie 5 %.

1982:

de OVAM-reglementering legt normen op met betrekking tot de uitstoot van zuren en stof in de rookgassen.

1989:

ingebruikname van de natte wasser om te voldoen aan de normen voor de uitstoot van zuren en stof. Tevens ingebruikname van de uitbreiding van de bunkerput. In de periode 1988/1989 is voor ca. 5 miljoen EUR geïnvesteerd, waarvan 60% gesubdidieerd.

1993:

nieuwe milieuvergunning voor 20 jaar exploitatie.

1995:

de vernieuwde Vlarem-reglementering legt een strenge norm op met betrekking tot de uitstoot van dioxines. Deze norm wordt van kracht op 01.01.1997.
In spoedtempo wordt een studiebureau aangesteld, een technische studie uitgevoerd en een aanbestedingsdossier opgemaakt. De werken nemen een aanvang in oktober 1996 en de inbedrijfname is gebeurd in februari 1998. In totaal werd 6,2 miljoen EUR geïnvesteerd (zonder subsidies).

1998:

de halfnatte rookgaswassing wordt in bedrijf genomen in februari. 

oktober 2004:
Inbedrijfname van een katalytische DeNOx-installatie. Deze investering maakt het mogelijk te voldoen aan de Europese richtlijn 2000 /76/ EG van het Europees Parlement en de raad betreffende de verbranding van afval. Recent werd deze richtlijn omgezet in Vlaamse wetgeving (Vlarem II). Het investeringsbedrag bedraagt circa 6 miljoen EUR (zonder subsidies).